Nederlands Erfgoed: Digitaal!
Caroussel van diverse topstukken uit de collecties van de consortiuminstellingen

Het Nederlands Openluchtmuseum

Nederlands Openluchtmuseum. Fotograaf: A(nnet) Held-Vissinga. Copyright A. Held VissingaNederlands Openluchtmuseum.
Fotograaf: A(nnet) Held-Vissinga
Copyright A. Held Vissinga

Opname gemaakt in Staphorst circa
1960-1965.
Een groep meisjes speelt langs de ‘Diek’
(de 14 km lange weg waarlangs het
streekdorp Staphorst- Rouveen ligt). In
de periode waarin de foto is gemaakt
draagt nog een groot deel van de
vrouwen en meisjes in Staphorst
dagelijks de traditionele streekdracht.

Het Nederlands Openluchtmuseum is het nationale museum over de cultuur van het dagelijks leven van ge­wone mensen vanaf de 16e eeuw tot heden. Het Nederlands Openlucht museum zal zich binnen het consortium vooral inzetten voor het zichtbaar en inzichtelijk maken van de geschiedenis van het dagelijkse leven door de presentatie en contextualisering van een groot aantal voorwerpen en afbeeldingen. Ook zal het NOM zich inzetten voor het duurzame behoud van de collectie door middel van conservering en restauratie.

Tot de topcollecties van het Nederlands Openlucht museum behoren onder andere:

  • Stoomlocomobiel Ten Horn uit 1895 en stoomlocomobiel ‘Tarzan’ uit 1938, die zelfs nog tot in 1973 ingezet om een dorsmachine in de Anna Paulownapolder aan te drijven.
  • Collectie Heijenbrock. De circa 150 oliepastels van de kunstenaar H. Heijnbrock (1871-1948) in de collectie van het NOM geven een gloedvol beeld van de eerste fase van industrialisering in ons land.
  • Beschilderd meubilair van zogenaamde ‘witwerkers’ (18e-20e eeuw). In de beeldvorming van wat ‘typisch Nederlands’ is, speelt dergelijk meubilair een rol, bijvoorbeeld als het gaat om de zogenaamde Amelander of Assendelfter kasten.
  • Collectie sitsen kleding, 18e eeuw. Eén van de bloeiende handelpraktijken van de VOC betrof de handel in katoen. Ook voor kleding werden sitsen gebruikt, eerst in modekleding, later in streekdracht. De collectie in het NOM bevat vooral streekdracht en lappendekens.
  • Dansorgel ‘de Blauwe Mortier’. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw tot ver in de 20ste waren dansorgels onlosmakelijk verbonden met kermissen, danszalen en cafés. Voor de opkomst van de televisie en de radio boden dansorgels ontspanning en vertier aan brede lagen van de bevolking.

Bezoek de website van het Nederlands Openluchtmuseum.

Deze site is een initiatief van het consortium Nederlands Erfgoed: Digitaal!